Talent

‘Zeker het afgelopen jaar proberen we talenten te bereiken die zich buiten de geijkte kanalen ontplooien,’ vult Groeneveld aan. ‘Makers die niet snel uit zichzelf bij het fonds aankloppen, maar juist veel baat zouden hebben bij ondersteuning in de vorm van een werkbeurs. We zijn hard aan het nadenken hoe we deze talenten kunnen bereiken. We kijken bijvoorbeeld hoe we binnen stedelijke netwerken met vooruitstrevende ontwerpers in contact kunnen komen. We stellen dit jaar twee scouts aan om ons hiermee te helpen. Het is een van de manieren om te zorgen voor een bredere representatie van het ontwerpveld.’

Marian Duf is een van de scouts,’ vertelt Ladru. ‘Zij heeft de afgelopen tien jaar samen met het Tropenmuseum een project opgezet, waarin jonge makers uit Amsterdam Zuid-Oost een modecollectie ontwerpen die geïnspireerd is op materiaal uit het museumarchief. De resultaten worden groots in het museum gepresenteerd. Dit terugkerende project heeft zich tot een talent-incubater ontwikkeld voor makers met zeer diverse achtergronden, waarvan sommigen doorstromen naar het kunstvakonderwijs.’

Werkbeurzen

‘Het mooie van de talentontwikkelingsregeling is dat de ontwerper de ruimte en vrijheid krijgt om iets op te starten dat misschien niet meteen succesvol is, maar pas later van waarde blijkt te zijn. Die ruimte voor experiment is heel waardevol,’ benadrukt Ladru. Het Stimuleringsfonds heeft jaarlijks ruim dertig werkbeurzen voor talentontwikkeling te verdelen, terwijl er tegen de tweehonderd ontwerpers en makers een portfolio insturen. De commissie selecteert hieruit zestig inzenders die een voorstel mogen schrijven voor een werkbeurs. Acht van die zestig zijn dit jaar gescout en stromen in deze tweede ronde in, om zodoende de groep aanvragers meer divers te maken.

‘De commissieleden kijken hoe de maker zich positioneert, wat de motivatie achter de onderzoeksvraag is en of die aansluit op het portfolio,’ vertelt Ladru. ‘Het gaat eigenlijk vooral om onderscheidend vermogen,’ vult Groeneveld aan.

‘Je ziet in het ontwerpveld dat jonge makers steeds minder bevestigd worden in hun discipline,’ zegt Ladru. ‘Maar als ze meer interdisciplinair gaan werken, wordt het extra belangrijk hoe ze zich in het ontwerpveld positioneren, of ze in hun praktijk meer de autonome of juist de toegepaste kant op gaan.’

‘Je moet je als ontwerper snel profileren,’ merkt Groeneveld op, ‘ook internationaal, die tijdspannen wordt steeds korter. Ontwerpers en makers kunnen bij ons een voucher aanvragen voor deelnamen aan internationale beurzen zoals de Salone di Mobile in Milaan voor de vormgeving, of South by Southwest in de VS voor de digitale cultuur. Het is voor ontwerpers een belangrijke manier om hun internationale blikveld te vergroten en netwerk uit te breiden. Juist voor het meer gevestigde talent, dat al een succesvolle carrière in Nederland heeft opgebouwd, stimuleren we daarnaast talentontwikkeling in een internationale context, door een hoogwaardige samenwerking met een buitenlandse partner te ondersteunen.’

Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Naast de werkbeurzen voor startende ontwerpers en makers, heeft het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie een keten van regelingen ontwikkeld, waarmee ontwerpers in verschillende fases van hun carrière kunnen worden ondersteund. ‘Je ziet dat mensen die eerder een talentontwikkelingsbeurs ontvingen, vervolgens via een open oproep of een van de andere deelregelingen aan hun eerste, wat grotere projecten gaan werken, vaak samen met anderen,’ vervolgt Groeneveld. ‘Soms benaderen we ontwerpers, waarvan we het werk hebben leren kennen doordat ze al eens een aanvraag deden, voor een specifieke opdracht binnen het programmahuis van het fonds.’

Sinds een aantal jaren organiseert het Stimuleringsfonds een open oproep die specifiek gericht is op professionalisering. Vooral vormgevers hebben daar behoefte aan. Architecten doen die kennis al op tijdens de twee jaar dat ze op een bureau werkervaring opdoen, voor ze zich als architect mogen inschrijven. In de digitale cultuur is de praktijk nog weer anders.

‘De vraag waarom die praktijken per discipline zo verschillen, zou nog wel een onderzoek waard zijn,’ merkt Groeneveld op.

‘De regeling Ruimte voor Talent zijn we gestart vanuit het besef dat de afgelopen acht jaar, door de bezuinigingen, veel artist-in-residence plekken in Nederland zijn verdwenen. Het leek ons daarom goed om verbintenissen tussen ontwerpers en maakplekken, onderzoeklabs, bedrijven, een ziekenhuis, waterschap of bijzondere initiatieven in de stad te ondersteunen. Er is veel behoefte aan dergelijke samenwerkingen en het is een mooie vervolgstap in de talentontwikkeling.’

Voor de open oproep Fresh Perspectives worden ontwerpers aangemoedigd om een partner buiten de eigen discipline te zoeken en daarmee aan een maatschappelijke opgave te werken. ‘Ontwerpers moeten zich hier direct tot de markt verhouden en bijvoorbeeld afspraken maken over intellectueel eigendom.’ Ook dat is weer een goede leerschool, meent Groeneveld. ‘Je merkt dat daar bij startende ontwerpers nog heel weinig kennis over aanwezig is.’

‘Bijzonder aan deze regeling is dat ontwerper en partner gezamenlijk aanvragen,’ aldus Ladru. ‘Dat gaat in twee etappes: in de eerste fase worden een projectplan en een samenwerkingsovereenkomst opgesteld, en voor de tweede fase presenteren ontwerper en partner het plan samen aan de commissie. Dat geeft weer een andere dynamiek aan het aanvraagproces. Eigenlijk zijn we altijd op zoek naar hoe we de aanvragen goed kunnen laten verlopen en zo toegankelijk mogelijk kunnen maken.’

Interview: Lotte Haagsma