Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Narcistisch mechanisme

Zelf verliet Pascale Gatzen de kunstacademie als een veelbelovend talent. Met een groepje medestudenten van de modeopleiding in Arnhem, waaronder Viktor&Rolf, Saskia van Drimmelen en Lucas Ossendrijver, presenteerde zij zich onder de naam Le Cri Neérlandais in Parijs. ‘Ik heb heel hard mijn best gedaan om aan het beeld van de ambitieuze modeontwerper te voldoen – en met succes.’ Tot ze eind twintig helemaal vastliep. ‘Ik zat voor een jaar in New York en ik moest twee collectiepresentaties voorbereiden, één in Parijs en één in New York. Maar er kwam niks meer uit mijn handen, mijn lichaam weigerde compleet. Er was al een tijdje het gevoel dat het jasje van de succesvolle modeontwerper me niet meer paste, dat ik eruit was gegroeid. Maar ik liep ook aan tegen een narcistisch mechanisme in mijzelf: steeds weer bewijzen hoe goed en bijzonder ik was. Als ik niet de beste was, wist ik echt niet meer wie ik was.’ Uiteindelijk ontdekte ze dat ze vooral in een uitwisseling met anderen wilde bijdragen en vond ze haar weg in het onderwijs. Voor zij naar Arnhem kwam werkte zij tien jaar bij de Parsons School of Design in New York.

Mode als fenomeen dat inspireert en verbindt

Deze persoonlijke ervaring maakt overigens niet dat Gatzen studenten zal afraden om tot de modewereld toe te treden. ‘Er was in het begin even de verwarring dat ik mode niet meer leuk zou vinden. Dat is absoluut niet zo: ik houd heel erg van mode! We hebben een student die graag bij een groot modehuis wil werken. Ik zou iemand nooit tegenhouden. Ik wil juist dat de studenten de energie ontdekken waarop ze door kunnen bewegen. Er mag geen moralistisch oordeel in een leerproces zitten. We zijn niet gefocust op een vast waardesysteem, daarmee kun je niet tot nieuwe vormen komen. Ik herken en waardeer in de mode alleen hele andere kwaliteiten dan op dit moment in onze samenleving overheersen. Ik ken de mode als een fenomeen dat inspireert en zich tussen mensen afspeelt, ik waardeer de schoonheid van een goed ontworpen kledingstuk. Met ‘friends of light’ maak ik ook nog steeds kleding, dat heeft alleen niets meer te maken met mezelf bewijzen op een internationale catwalk. Als het jasje een goed product is, in materiaal en in ontwerp dan komt dat ten goede aan het hele ecosysteem, aan alle mensen die betrokken zijn bij de totstandkoming van het jasje.’

Het gaat haar aan het hart dat mensen in onze maatschappij steeds aan een standaard moeten voldoen. ‘Mijn neefje is gediagnostiseerd met een autistische stoornis. Het is zo’n mooi, wonderlijk mannetje, maar hij wordt op school voortdurend geconfronteerd met zijn onvermogen. Mijn verlangen is dat iedereen gezien wordt en vanuit zijn eigen manier van zijn mag bijdragen. De tragiek van onze samenleving is dat wij instituten hebben opgericht die bepalen waar mensen aan moeten voldoen. Het verschil tussen mensen, dat ieder op zijn eigen manier mooi en wonderlijk is, is de allermooiste gift die we hebben. Ik probeer hier in Arnhem een wereld te faciliteren, waarin dat zichtbaar mag zijn. Dat gaat over verbinding, met jezelf en met de ander, over passie, liefde en empathie: als we onze behoeftes leren kennen, herkennen we ook beter de behoeftes van anderen.’

Interview: Lotte Haagsma

Lees meer